Engeland beslaat het zuidelijke en middelste deel van Groot-Brittannië en grenst in het noorden aan Schotland en in het westen aan Wales. Samen met die landen en Noord-Ierland vormt het het Verenigd Koninkrijk. Vanuit Nederland kom je er met het vliegtuig, met de Eurostar vanaf Amsterdam en Rotterdam naar Londen St Pancras, of met de veerboot van Hoek van Holland naar Harwich, van Rotterdam naar Hull of van IJmuiden naar Newcastle. Je hebt een paspoort nodig, want een identiteitskaart wordt niet geaccepteerd, en vooraf een elektronische reistoestemming (ETA). Op de weg rijd je links.
Londen ligt in het zuidoosten aan de Theems, met Westminster, de Tower of London en musea als het British Museum. Ten oosten van Londen ligt Kent, met de kathedraal van Canterbury en het kasteel en de krijtrotsen van Dover. Ten westen liggen de Cotswolds, een heuvelgebied met dorpen en marktplaatsen van gele kalksteen, zoals Bibury, Burford en Chipping Campden. Ten zuiden daarvan liggen Bath, waar de Romeinen een badhuis bij warme bronnen bouwden, en de havenstad Bristol. Aan de zuidkust liggen Hampshire, met Winchester en het New Forest, en het Isle of Wight, dat je per veerboot bereikt vanuit Lymington, Southampton of Portsmouth.
In de Midlands ligt Birmingham, met kanalen uit de industriële tijd en de Jewellery Quarter. Manchester, in het noordwesten, groeide in de negentiende eeuw met de katoenindustrie. In het zuidwesten liggen Wells, met een kathedraal en het paleis van de bisschop, en de havenstad Plymouth, vanwaar de Mayflower in 1620 naar Amerika vertrok. Londen, Bath, Bristol, Birmingham en Manchester bereik je goed met de trein. Voor de Cotswolds, het platteland van Kent en de kust is een auto handiger, omdat bussen daar weinig rijden. Van mei tot september zijn de dagen lang en de temperaturen het hoogst; regen kan in elk seizoen vallen.

