Het Sevanmeer ligt op ongeveer 1.900 meter hoogte in de provincie Gegharkunik, zo’n 65 kilometer ten noordoosten van Jerevan. Het is het grootste meer van Armenië en van de Kaukasus. Achtentwintig rivieren en beken monden erin uit, alleen de Hrazdan stroomt eruit. In de Sovjettijd werd veel water afgetapt voor irrigatie en voor een reeks waterkrachtcentrales aan de Hrazdan, waardoor de waterspiegel ongeveer twintig meter zakte. Sinds 1978 zijn het meer en de oevers beschermd als Nationaal Park Sevan. In het stroomgebied zijn tot 267 vogelsoorten waargenomen, waaronder de Armeense meeuw.
Door die daling werd het eiland aan de noordwestoever een schiereiland. Daarop staat het klooster Sevanavank, gesticht in 874, en aan de zuidkant het gastenverblijf van de Armeense Schrijversbond, gebouwd tussen 1932 en 1935 naar een ontwerp van Gevorg Kochar en Mikael Mazmanyan. Aan de westoever ligt het klooster Hayravank, met een kerk uit de late negende eeuw en een gavit uit de twaalfde eeuw. Iets verder naar het zuiden, bij Gavar, staan in Noratoes bijna duizend khachkars op een oude begraafplaats.
Het meer heeft de enige stranden van Armenië. De drukste liggen aan de noordoever en trekken in de zomer veel bezoekers uit Jerevan. Het water levert het grootste deel van de Armeense visvangst; de endemische Sevanforel, de ishkhan, is een bedreigde soort. Door de hoogte is het aan het meer koeler dan in Jerevan. Wie de kloosters en Noratoes op één dag wil combineren, is met een eigen auto het meest flexibel; marsjroetka’s uit Jerevan rijden naar de stad Sevan.

