Jerevan is sinds 1918 de hoofdstad van Armenië en telde in 2022 ruim 1,08 miljoen inwoners, ruim een derde van de landelijke bevolking. De stad ligt in de Araratvlakte op gemiddeld zo’n 990 meter hoogte. Bij helder weer is de besneeuwde top van de Ararat, aan de Turkse kant van de grens, vanuit de hele stad te zien.
De oorsprong van de stad is de vesting Erebuni, die koning Argishti I van Urartu in 782 voor Christus stichtte op de heuvel Arin Berd, in het zuidoosten van het huidige Jerevan. Op die heuvel liggen de resten van de vesting, met een museum aan de voet. Het centrum zelf is grotendeels twintigste-eeuws. Architect Alexander Tamanian ontwierp het stadsplan dat in 1924 werd goedgekeurd, met brede lanen, parken en gebouwen van roze en okerkleurige tufsteen. Daaraan dankt Jerevan de bijnaam roze stad. Het Opera- en Ballettheater is een van zijn bekendste gebouwen. Het centrum wordt omsloten door een ring van parken, zodat de meeste bezienswaardigheden op loopafstand van elkaar liggen.
Boven de stad staat in het Overwinningspark het beeld Moeder Armenië uit 1967, op de plek waar eerder een standbeeld van Stalin stond. De Gregorius de Verlichter-kathedraal werd in 2001 ingewijd, 1700 jaar nadat Armenië het christendom tot staatsgodsdienst maakte. De Blauwe Moskee uit de achttiende eeuw is de enige actieve moskee van het land. De Ararat-brandewijnfabriek, opgericht in 1887, geeft rondleidingen met proeverij. Jerevan is ook de uitvalsbasis voor dagtochten: Etsjmiadzin en Zvartnots liggen ten westen van de stad, Garni en Geghard in de Azatkloof ten oosten.

