San José is de hoofdstad van Costa Rica en ligt in de Centrale Vallei, op ruim elfhonderd meter hoogte. Door die hoogte is het er het hele jaar mild. De stad heeft zelf ongeveer driehonderdduizend inwoners, en in de hele agglomeratie wonen er ruim twee miljoen. De internationale luchthaven Juan Santamaría ligt bij Alajuela, ruim twintig kilometer ten noordwesten van het centrum. In de spits kan de rit naar het centrum een uur duren. Veel reizigers slapen daarom de eerste en laatste nacht bij de luchthaven. Anderen gebruiken San José als startpunt voor een of twee dagen.
Het centrum is compact en goed te voet te verkennen. Aan de Plaza de la Cultura staat het Teatro Nacional, dat tussen 1890 en 1897 werd gebouwd met geld van de koffie-export. Binnen zie je marmer, verguldsel en plafondschilderingen. Onder hetzelfde plein ligt het Museo del Oro Precolombino, met honderden gouden voorwerpen uit de tijd voor de Spanjaarden. Het Museo Nacional zit in de oude Bellavista-kazerne. In de gevel zie je nog kogelgaten van de burgeroorlog van 1948. Na die oorlog schafte Costa Rica het leger af. De Mercado Central uit 1880 is een overdekte markt met eetkraampjes, kruiden en koffie. Het is een goede plek voor een eenvoudige lunch.

