Manuel Antonio ligt aan de Pacifische kust, ongeveer drie uur rijden van San José. Het nationale park werd in 1972 opgericht en is een van de kleinste van Costa Rica. Toch is het een van de drukst bezochte parken van het land. Binnen een klein gebied liggen regenwoud, een mangrove, een lagune, stranden en eilandjes voor de kust. Het park is open van woensdag tot en met maandag, van zeven uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags. Op dinsdag is het dicht. Je koopt je ticket alleen online, en bij de ingang laat je je paspoort zien.
Vanaf de ingang loopt een breed pad door het bos naar de stranden. Onderweg zie je vaak luiaards, witkopkapucijnapen, doodshoofdaapjes, neusberen en leguanen. Een gids met een telescoop laat je dieren zien die je zelf zou missen. Je kunt een gids bij de ingang vinden of vooraf boeken. Playa Manuel Antonio is het bekendste strand in het park. Het ligt in een beschutte baai en is geschikt om te zwemmen. Eten en drinken mag je in principe niet mee naar binnen. Dieren voeren is verboden, want de apen stelen anders tassen en voedsel.
Het park heeft geen eigen parkeerplaats. Je parkeert op betaalde terreinen langs de weg naar de ingang. Quepos ligt zeven kilometer verderop. Daar vind je busverbindingen, supermarkten, restaurants en een jachthaven. Tussen Quepos en het park liggen veel hotels op de heuvels, met uitzicht over de zee.

