Costa Rica ligt in Midden-Amerika, tussen Nicaragua en Panama. Het land heeft een kust aan de Stille Oceaan en een kust aan de Caribische Zee. Daartussen lopen bergketens met vulkanen, waarvan een paar nog actief zijn. Het land is iets groter dan Nederland. Ongeveer een kwart ervan is beschermd als nationaal park of reservaat. Costa Rica schafte in 1948 het leger af en staat bekend om zijn natuurbeleid. Nederlanders en Belgen hebben geen visum nodig voor een verblijf tot 180 dagen. Bij aankomst moet je wel een ticket kunnen laten zien waarmee je het land weer verlaat.
De internationale luchthaven Juan Santamaría ligt bij Alajuela, ongeveer twintig kilometer van de hoofdstad San José. In het noordwesten ligt een tweede luchthaven bij Liberia, handig voor de stranden van Guanacaste. Vanuit de Centrale Vallei rijd je in ongeveer drie uur naar La Fortuna bij de Arenal-vulkaan. Van daaruit is het nog drie tot vier uur naar het nevelwoud van Monteverde. Aan de Pacifische kust liggen Tamarindo en het nationale park Manuel Antonio. Aan de Caribische kant bereik je Tortuguero alleen per boot of klein vliegtuig. Verder naar het zuiden ligt Manzanillo, dicht bij de grens met Panama.
Het droge seizoen loopt aan de Pacifische kant van december tot april. De Caribische kust heeft een eigen ritme, met de droogste maanden in februari, maart, september en oktober. De afstanden lijken klein, maar bergwegen, regen en vrachtverkeer maken de reistijden lang. Met een huurauto ben je het vrijst. Op onverharde wegen is een auto met vierwielaandrijving handig. Je betaalt met de colón, en Amerikaanse dollars worden bijna overal aangenomen. De nationale parken worden beheerd door SINAC. Voor populaire parken koop je het ticket vooraf online.

