Duitsland grenst aan negen landen, waaronder Nederland, en bestaat uit zestien deelstaten. Het westen ligt dicht bij Nederland: vanuit het midden van het land rijd je in twee tot drie uur naar Aken, Keulen of het Ruhrgebied. In de Dom van Aken staat de troon van Karel de Grote, en de Dom van Keulen staat net als die van Aken op de Werelderfgoedlijst. Keulen heeft een oude stad tussen de Dom en de Rijn, met het Museum Ludwig voor moderne kunst naast de Dom. In het Ruhrgebied zijn mijnen en hoogovens omgebouwd tot musea en parken, zoals Zeche Zollverein in Essen en het Landschaftspark Duisburg-Nord.
Ten zuiden daarvan volgen de rivieren de oude handelswegen. Langs de Moezel liggen Trier, met de Romeinse stadspoort Porta Nigra, en wijnplaatsen als Bernkastel-Kues en Cochem met vakwerkhuizen en wijnhellingen tot aan het water. Bij Koblenz mondt de Moezel uit in de Rijn; stroomopwaarts begint daar het Werelderfgoed Boven-Middenrijndal, met burchten op de hellingen langs de rivier. Het Sauerland is een middelgebergte met bossen, stuwmeren en de skigebieden rond Winterberg. Kleinere steden als Brilon, Warstein en Korbach liggen aan de rand ervan, en Münster en Paderborn liggen verder naar het noorden in Westfalen.
Het zuiden vraagt een langere reis. In Baden-Württemberg liggen het Zwarte Woud, met Freudenstadt aan de oostrand, en de Bodensee, waarvan de oevers bij Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk horen. Daar liggen Konstanz, het bloemeneiland Mainau, Meersburg met zijn burcht en de eilandstad Lindau. In Beieren staat in Regensburg de Steinerne Brücke over de Donau, en in Passau komen Donau, Inn en Ilz samen. Rothenburg ob der Tauber heeft nog een complete stadsmuur met torens, en over de overdekte weergang loop je rond een groot deel van de oude stad. Grote luchthavens liggen onder meer bij Frankfurt, München, Düsseldorf, Berlijn en Hamburg, maar voor deze bestemmingen zijn auto en trein meestal handiger dan een binnenlandse vlucht.

