Nancy ligt in het departement Meurthe-et-Moselle, in de regio Grand Est. De stad was de residentie van de hertogen van Lotharingen. Stanislas Leszczynski was hertog van Lotharingen van 1737 tot 1766. Hij liet tussen 1752 en 1756 drie pleinen aanleggen. Het ontwerp kwam van zijn architect Emmanuel Héré. Place Stanislas, Place de la Carrière en Place d’Alliance staan sinds 1983 op de Unesco-werelderfgoedlijst. Place Stanislas meet 106 bij 124 meter. Jean Lamour maakte de vergulde smeedijzeren hekken. Het stadhuis beslaat de hele zuidkant van het plein. Aan de oostkant staan de Opéra national de Lorraine en het Grand Hôtel de la Reine. Daartegenover ligt het Musée des Beaux-Arts. Aan de noordkant staan twee lage gebouwen, de Basses Faces. Daarachter ligt Place de la Carrière. Aan dat plein staat het Palais du Gouvernement uit de achttiende eeuw. Place d’Alliance ligt op de plek van de vroegere moestuin van de hertog. De fontein op dat plein toont drie oude mannen met baarden. Ze stellen drie rivieren voor.
In de Ville Vieille staat de Porte de la Craffe. Deze stadspoort werd in de veertiende en vijftiende eeuw gebouwd. Het is het enige restant van de middeleeuwse vestingwerken. Tot in de negentiende eeuw dienden de torens als gevangenis. De poort is alleen van buiten te bekijken. Het Palais des Ducs de Lorraine met het Musée lorrain is gedeeltelijk gesloten voor renovatie. De Église des Cordeliers blijft wel open. Vlak bij de Unesco-pleinen ligt het Parc de la Pépinière. Het park is 21 hectare groot. Stanislas stichtte hier een koninklijke boomkwekerij. Sinds 1835 is het een openbaar park. Er liggen een rozentuin, een dierenpark en speeltuinen.
Nancy is ook de stad van de École de Nancy. Tot die groep hoorden onder anderen Gallé, Majorelle, Daum, Vallin, Gruber en Prouvé. Hun werk staat in het Musée de l’École de Nancy. Het museum zit in het vroegere huis van Eugène Corbin. Villa Majorelle werd in 1901 en 1902 gebouwd voor meubelmaker Louis Majorelle. De architect was Henri Sauvage. Een bezoek reserveer je vooraf.

