Andorra is een klein vorstendom in de oostelijke Pyreneeën, tussen Frankrijk en Spanje. Het land heeft twee staatshoofden: de bisschop van Urgell in Spanje en de president van Frankrijk. Andorra valt buiten de Europese Unie. Het betaalmiddel is de euro en de officiële taal is het Catalaans. Het land telt zeven parochies en ligt grotendeels boven de duizend meter. De Coma Pedrosa is met 2942 meter de hoogste top.
Andorra la Vella ligt op ruim duizend meter hoogte en is de hoogstgelegen hoofdstad van Europa. De stad loopt in het dal van de Gran Valira over in Escaldes-Engordany, waar het thermale complex Caldea staat. In het oude centrum staat Casa de la Vall, het huis waar het parlement van 1702 tot 2011 vergaderde. Achter Escaldes-Engordany begint de Madriu-Perafita-Clarorvallei. Dit dal staat sinds 2004 op de Werelderfgoedlijst als cultuurlandschap van 4247 hectare, met stenen paden, zomerhutten en sporen van ijzerwinning. Er loopt geen autoweg doorheen, dus je verkent het te voet. In Canillo staat het heiligdom van Meritxell, gewijd aan de patroonheilige van Andorra. Het oude heiligdom brandde in 1972 af. De nieuwe kerk ernaast is ontworpen door de Catalaanse architect Ricardo Bofill.
Andorra heeft geen luchthaven en geen treinstation. De meeste bezoekers komen met de auto, of met de bus uit Barcelona of Toulouse, een rit van ongeveer drie uur. In de winter trekken Grandvalira, Pal Arinsal en Ordino Arcalís skiërs uit heel Europa. Grandvalira is het grootste skigebied van de Pyreneeën. In de zomer volg je in dezelfde dalen wandelpaden naar bergmeren. De belasting op tabak, alcohol en brandstof is lager dan in de buurlanden, en daarom komen veel Spanjaarden en Fransen er winkelen. Bij vertrek gelden douanelimieten. Aan de grens met Spanje ontstaan in het weekend geregeld files door de controles.

